dinsdag 21 oktober 2014

De ideale woon-werk route?

Ik had altijd het idee dat ik een min of meer ideale route had gevonden van huis naar werk. De 26 kilometer had ik in het verleden al diverse keren tegen het licht gehouden, en ik kon er niets beter van maken.
Toch vind ik het ook wat saai altijd hetzelfde te rijden, dus ik maak ook wel eens ommetjes. Zo rij ik in de zomer wel eens een langere route en het was mij opgevallen dat ik dan niet zo heel veel later op werk was. De route is ongeveer 4 kilometer langer, maar heeft een aantal stukken met slechter wegdek.
Sinds enige tijd rij ik regelmatig weer een andere route voor mijn woon-werk verkeer. Zo maar eens geprobeerd en ook via deze route lijk ik niet langer onderweg te zijn. Ook deze route is 4 kilometer langer dan mijn oude route, ruim 30 kilometer. Hoewel het niet blijkt uit het plaatje is het zo dat ik op mijn nieuwe route veel langere doorgaande stukken kan rijden.
Dus maar eens kijken of ik het geringe tijdsverschil eenvoudig kan verklaren.

Paars is oude route, lichtblauw de nieuwe route plus overlap
Afgelopen dagen heb ik eens gekeken wat mijn snelheden waren op langere doorgaande stukken. De hoogste snelheden blijk ik te bereiken als je minimaal 2 kilometer (is al kort) echt lekker door kan rijden. Ik rij dan hele stukken 35-37 en soms nog wel sneller.
De nieuwe route staat dat over grote stukken toe.

Namelijk tussen de kilometers:
2 - 9
10 - 16
18 - 21
24 - 28
Van de 30 kilometer kan ik er dus 20 op hoge snelheid afleggen, laten we zeggen 35 km p/u. Op deze stukken zijn er geen bochten of andere obstakels die de snelheid negatief beïnvloeden.
De overige stukken rij ik over het algemeen rond de 30. Alleen in Halfweg gaat het gedurende 2 kilometer wat nog wat langzamer. Ik rij namelijk in Halfweg ongeveer 25 kilometer per uur.

Als ik dit zo alles bij elkaar optel kan ik gemakkelijk gemiddeld boven de 30 rijden.

Op mijn 'oude' route kan ik veel minder doorrijden:
Eigenlijk kan ik nauwelijks boven de 30 rijden, met uitzondering van de kilometers 20 - 24, daar rij ik dan weer 35.

Wat zorgt er voor oponthoud? Scherpe bochten, bruggen, kwaliteit van het wegdek en verkeerslichten. En natuurlijk de pont, maar dat is vergelijkbaar voor beide routes. Tenslotte heb ik op een gedeelte van de route soms 'last' van veel scholieren, maar dat is op een gemeenschappelijk stuk.

  • Het optrekken van 0 - 30 duurt ongeveer 15 - 20 seconden (het kan natuurlijk sneller, maar hier moet je flink doortrappen).  Bovendien rem je voor de bocht of verkeerslicht al af en ga je daar ook langzamer. Ik zal rekenen met 15 seconden, dat is heel krap.
  • Wachten voor een stoplicht duurt gemiddeld een halve minuut.

Op mijn nieuwe route heb ik:

  • 8 stoplichten.
  • 16 scherpe bochten

Op mijn oude route heb ik:

  • 9 stoplichten
  • 28 scherpe bochten

 
Theoretische reistijd nieuwe route:

20 km 35 km p/u = 34 minuten
8 km 30 km p/u = 16 minuten
2 km 25 km p/u = 5 minuten
8 stoplichten = 4 minuten
8 stoplichten optrekken = 2 minuten
16 bochten = 4 minuten
Pont = 12 minuten
Totale reistijd: 77 minuten
Bewogen reistijd 55 minuten

Theoretische reistijd oude route:
4 km 35 km p/u = 7 minuten
22 km 30 km p/u = 44 minuten
9 stoplichten = 5 minuten
9 stoplichten optrekken = 2 minuten
28 bochten = 7 minuten
Pont = 12 minuten
Totale reistijd: 77 minuten
Bewogen reistijd 51 minuten

Nu weet ik nog niet wat mijn ideale route is ......

Ben ik trouwens nu echt 77 minuten onderweg? Nee dat toch weer niet. Ik vertrek rond 7 uur en kom meestal ongeveer om 8.15 aan.

Heb ik toch nog ergens 2 minuten weten te pakken.... Ik ben spekkoper....


Onplatbaar

En weer brachten mijn Marathon Plus mij veilig naar mijn werk. Onplatbaar!

Vanavond krijgt 'De Bak' rust in verband met de verwachte weersomstandigheden. Hij overnacht in de parkeergarage.

De Sinnerkap; het blijft lastig om met deze weersomstandigheden via de maansikkel naar voren te kijken.

Allemaal een veilige dag gewenst! Doe voorzichtig!

woensdag 15 oktober 2014

Kantelmoment en Q4W

Nee, ik ben niet op mijn kant gegaan, maar Quest 332 wel. Sterkte met de reparatie!

Ik herinner mij van enige tijd geleden dat iemand schreef dat 80 procent van de velovaarders wel eens op zijn kant was gegaan en dat 20 procent wachtte tot ze op hun kant zouden gaan.
Ik herken mij daar in het geheel niet in. In de afgelopen ruim twee jaar heb ik één keer mijn linkervoorwiel van de grond gehad in een scherpe bocht, even remmen en alles stond weer op de grond. Verder is 'De Bak' altijd stabiel op zijn drie poten blijven staan.

Het lijkt dat de Quest en de Quest XS toch veel sneller kantelen als de Strada. Dat was voor mij ooit één van de redenen om voor de Strada te kiezen.

Redenen dat de Quest sneller zou kunnen kantelen:

  • Hogere snelheden.
  • Minder ver uit elkaar staande voorwielen (ongeveer 70 cm voor Quest, 80 cm voor de Strada).
Een reden waarom de Quest minder snel zou kantelen:
  • Grotere draaicirkel.
  • Mogelijk door de draaicirkel gedwongen langzamer door bochten.
De wielbasis van beide fietsen is gelijk (XS iets korter).

Kantelmoment 

Nu ben ik geen wiskundige, maar volgens mij wordt het kantelmoment bepaald door:
  • Massa van fiets en berijder en eventuele bagage (hier heb ik een voordeel)
  • De breedte van de fiets.
  • De zijwaartse kracht op de fiets (bijvoorbeeld zijwind, centrifugale kracht, zwaartekracht op scheef staande fietsen).
  • Ook de hoogte waarop de meeste massa is en de hoogte van de zijwaartse kracht kunnen invloed hebben, maar zullen ongeveer hetzelfde zijn bij de verschillende velo's.
Nu is echter de vraag of dat kantelen in bochten wel de hoofdoorzaak is van kantelende velomobielen. Ik vermoed van niet, het is slechts één van de situaties, maar ik vermoed dat een velomobiel vooral in combinatie met andere krachten kantelt.

Quest 332 ging in de bocht op zijn kant, maar wel in combinatie met een aflopend wegdek. Het was dus een combinatie van factoren. Los van elkaar hadden deze krachten mogelijk niet tot een zijwaartse ligging van de velomobiel geleid.

Zelf merk ik geen problemen in de normale bocht. Ik vind het vooral minder plezierig en minder stabiel rijden is als het wegdek sterk schuin aflopend is, zeker als ik dan nog zijwind heb. Dat kan zijn door verzakking van een gedeelte van het wegdek of een bolle strook op het midden van een weg om doorrijdend verkeer op natuurlijke wijze van elkaar te scheiden.

De combinatie van krachten zou dan kunnen zijn:
  • Windvlaag dwars op de velo in een bocht, 
  • Windvlaag op een schuin aflopende weg, 
  • Een bocht en een aflopende weg.
  • Een combinatie van alle drie de krachten.

Q4W

En nu de 4WD Quest, die momenteel wordt ontwikkeld. Ik heb enige tijd geleden met het testframe gezigzagd over 'De Vliet"in Dronten om de stabiliteit te testen. Die is zonder meer goed. Maar hoeveel beter dan de Strada? Ik merkte niet zo heel veel verschil, alhoewel een filmpje op velomobiel.nl anders moest uitwijzen. En het kan eigenlijk ook niet anders dan kloppen. Hoewel de wielspoorbreedte voor smaller blijft dan bij de Strada, staan de wielen achter toch vrij ruim uit elkaar. Voor de Quest rijders zal de stabiliteit zeker fors toenemen. Het kantelmoment gaat immers meer naar de zijkant van de fiets. Voor de Strada zal het voordeel beduidend minder zijn.

Update: inmiddels is er ook een bericht over de kantellijn en de Q4W op de blog van Velomobiel.nl verschenen.


Toch ben ik wel benieuwd. Welke Strada rijders hebben hun velomobiel op hun kant gekregen en in welke situatie?

Tenslotte heb ik nog wel eens het hersenspinsel gehad of we voor ongelukken, zoals Belle laatst, of Gerrit en nu weer voor Casper niet gezamenlijk, gecoördineerd vanuit de NVHPV een soort solidariteitsfonds op konden zetten bij gebrek aan een goede verzekering. Maar gezien de structurele grotere instabiliteit van de Quest wil ik daar eigenlijk toch liever niet aan meedoen :-). Blijkbaar toch niet zo solidair .... Mocht je trouwens toch een betaalbare verzekering willen. Van Rob Hebbes kwam de tip om voor een verzekering eens bij de Nederlandse Toer Fiets Unie te kijken.

zondag 5 oktober 2014

Herfststreffen 2014

Nu heb ik al drie verslagen gelezen, en moet ik zelf nog beginnen met schrijven. Dat is eigenlijk niet handig. Als je eigen verhaal wil schrijven, kan je beter de andere verslagen eerst even niet lezen. Ik ga toch een poging wagen.

Een dikke week geleden belde Gerrit: Zullen we samen naar het Herfsttreffen rijden? Nu woont Gerrit ongeveer 3 kilometer van mij vandaan, dus dat zou geen probleem moeten zijn. Echter ik had ook al met Erwin afgesproken, die voor de eerste keer zou gaan met Tante Lies. Erwin is een vriend van de middelbare school die sinds enige maanden de trotse eigenaar is van een gele Strada. En ik wilde graag met hem meerijden. Hij woont in Hoofddorp, vlakbij mijn werk. Omdat ik 's morgens nog moest werken, konden we mooi samen oprijden. En Gerrit dan, die gingen we oppikken bij de pont Buitenhuizen.
Om 1 uur liet mijn werkgever mij gaan, en ging ik op weg naar Erwin waar de lunchtafel al gedekt stond. Erwin had er duidelijk ook zin in. Tegen twee uur gingen we op pad en reden via het gezellige pad langs de polderbaan, overal 'spotters', maar eigenlijk is het een uitje voor het hele gezin. In stevig tempo draafden de Strada's richting Halfweg om vervolgens op te galopperen richting de pont. Een wapje van Gerrit kwam al binnen, hij was gearriveerd. Maar ook Marnix stond daar met zijn Quest 330, vanuit het verre Eindhoven. Altijd een leuk weerzien. En het kwam ook goed uit. Ik ken de omgeving goed en had altijd de weg naar Egmond-Binnen gevonden, maar er was wat mis gegaan met de track die ik gemaakt had. Hij bleek niet geladen te staan. Maar Marnix had het voor hem onbekende Noord-Holland al bereikt, dus we konden gewoon achter het gele kontje aanrijden.

Achter het gele kontje aan

Rond een uur of 4 was de bestemming bereikt. Op het laatste stuk naar de accommodatie toe was er een prachtig zicht op de duinen met mooie wilde graslanden.
De lokatie heette Hoeve Vredestein. Dat is toch mooi uitgekozen door de organisatie, verblijven we volgende keer op Kasteel Continental, of Slot Schwalbe? Kan Wim daar mooi rolweerstanden testen.


De Bak en Tante Lies

Bij aankomst een bed geconfisqueerd en we gingen meteen maar even boodschappen doen bij de lokale Dekamarkt. Een natje en een droogje voor de avond. Na terugkomst merk je hoe snel de tijd gaat. Heeft dat met de leeftijd te maken? De tijd vliegt. Je praat met iedereen, er werd wat geklust, Rob en Robin waren aan het stoeien met de ketting van de trike en voor je het weet staat het Indonesisch eten op de warmhoudplaatjes klaar. En voor je het weet lig je alweer in bed... Het leuke van een blog is, dat mensen je daar ook van kennen, dat maakt het contact met anderen vaak nog gemakkelijker. Wat ik erg leuk vond was dat Belle vertelde dat ze naar aanleiding van mijn bericht over een sportbril met meekleurende glazen zelf ook op zoek gegaan was naar zo'n bril, en er nu inmiddels één had aangeschaft (en er heel tevreden over was).

De toerdag


De vrijdag was het prachtig weer, maar ook zaterdag zag het er schitterend uit. Wat een verschil met twee jaar gereden toen ik doorweekt aankwam in Huizen (hoewel het daarna alsnog mooi weer werd). En we hoefden pas om half 11 te vertrekken. Het leek wel vakantie! 
's Morgens kwamen er nog allerlei rijders binnen, waaronder André Dronkers. Afgelopen zomer waren wij vlakbij elkaar in het Moezel gebied en hoopten elkaar tegen te komen. We zijn elkaar in gepasseerd, maar hebben elkaar niet gezien. André stond op een camping, waar ik langsgereden ben. 
Om 5 over half 11 vertrokken we dan toch, na een paar 100 meter zag ik dat mijn accu van de Garmin toch leger was als dat ik eerder dacht, dus al rijdend de batterijen wisselen. Een batterij viel uit mijn handen, stuiterde en verdween. Ik vermoedde ergens onderin 'De Bak', maar ik vond hem niet meer terug. Op de terugweg heb ik nog even gezocht op de plaats des onheils en daar lag hij, aan de rand van de weg. Hij kan, volgens de gebruiksaanwijzing, nog ongeveer 995 keer opgeladen worden, dus verlies was zonde en slecht voor onze omgeving.
Twee kilometer verderop stonden we weer stil, voor de duinkaarten. 

Wachten voor de duinkaarten



Stilstaan en weer optrekken zou wel een beetje het thema van de dag worden. De op en neer gaande duinen zorgden voor harmonica rijden. Er moest geplast worden, het hoort er allemaal bij, en vaak reden we onder de twintig. 






Maartje, Gerold, Tycho en spruitje

Na een dikke 20 kilometer kwamen we aan bij Camperduin, daar waar de duinen ophouden en de stoere Hondsbossche Zeewering begint begon. Inmiddels ligt er een extra duinenrij voor een groot deel van deze dijk. Hier werd geluncht, bij uitspanning Struin. Nu kan je bovenop de dijk wel fietsen, maar dat is toch minder geschikt voor de snelle jongens, dus verder beneden langs de dijk en verderop weer naar boven, zeehonden spotten. Hier konden we nog een stukje over de 'oude dijk'. 

Zandsuppletie bij Camperduin

Zeehonden en bananen spotten

Bij Petten gingen we van de kust af. Via de vlotbrug van Burgervlotbrug verder over de oude Westfriese omringdijk. Voor mij bekend terrein, omdat ik er een deel van mijn jeugd heb doorgebracht.
Burgervlotbrug

superrelaxed


Westfriese omringdijk


Over lange landwegen ging de sliert verder. Op een gegeven moment bedacht ik mij dat we zo een viaduct over zouden gaan, dus fietste ik een eindje vooruit, want ik dacht wat foto's te kunnen maken.Een enkeling kwam het viaduct op, maar tot mijn verbazing sloeg de rest linksaf. DAT IS NIET VOLGENS DE TRACK riep ik nog van de kluft af. Maar men wilde de route inkorten. 

Een enkeling reed naar boven

De meerderheid niet

Hier werd lang over gediscussieerd, een kwartier, twintig minuten stonden we stil. Uiteindelijk was ik het zat en ging alvast op weg, de kortere, maar wel veel mooiere, route op. Elly ging ook al die kant uit en reed uiteindelijk direct door richting Nes aan de Amstel. Uiteindelijk zag ik iedereen weer komen. We hebben ongeveer 2 kilometer afgesneden. Inmiddels ging de telefoon, mijn ouders bleken op Hoeve Vredestein te zijn en hoopten alle fietsen te zien. Helaas waren wij nog niet zover. Via Koedijk weer over een vlotbrug, met nog wat fotootjes voor de krant, richting Bergen. En daar kwam ik alsnog mijn ouders tegen. Zij fietsten in tegengestelde richting. Leuk dat ik ze toch nog gezien heb. Volgens mij was ik de enige met een rode velomobiel, heel herkenbaar. Het laatste stuk had ik nog even zin om te jakkeren, even snel terug naar de hut. Maartje en Joyce brachten mij al de groeten over van mijn ouders.
Inmiddels was ook Petra gearriveerd, dus de tent moest worden opgezet, en er moest worden gesneden voor de flapjes. Twee dingen tegelijk kan niet (sorry Katoco). Het was 's avonds weer heerlijk flapjes eten, en misschien wel voor de laatste keer voorlopig. Gerold gaf of zijn fantastische Gerold manier aan dat Maartje weer in blijde verwachting is en dat zij er komende keer mogelijk niet bij kunnen zijn. Jammer, maar heel leuk voor hen. Ook Marjolein trekt zich terug uit de organisatie. Het komt vast wel weer goed, want deze treffens zijn veel te leuk.

Aftocht


Het treffen heeft eigenlijk veel te kort geduurd. Vandaag met Gerrit alweer terug gereden naar Zaandam. Het was maar 27 kilometer, het weer was nog steeds mooi, de herfst is nog niet begonnen.


Dank je wel organisatie, het was weer superleuk!!!

De toertocht